Wat doet Artikel 1 Overijssel nu precies? Bij Artikel 1 Overijssel kan men gevallen van discriminatie melden en hierover een klacht indienen. De consulent zal deze klacht in overleg met de klachtindiener behandelen. Deze klachten kunnen betrekking hebben op alle terreinen van het leven, zoals de arbeidsmarkt, de overheid, horeca, woonomgeving en onderwijs. Uitgangspunt bij klachtbehandeling is het principe van hoor- en wederhoor. Bij de behandeling van een klacht zal eerst een gesprek worden gevoerd met de klachtindiener om duidelijkheid te verkrijgen over de gebeurtenis en over de wensen van de indiener hoe met de klacht om te gaan. Dit kan betekenen dat men aangifte doet bij de politie, in gesprek gaat en bemiddelt met degene die gediscrimineerd heeft, of bijvoorbeeld met een bedrijf in gesprek gaat om discriminerende regelgeving aan te pakken. Mocht deze interventie niet het gewenste resultaat opleveren kan Artikel 1 Overijssel de melder begeleiden in een procedure bij de Commissie Gelijke Behandeling. Ook weet men in specifieke gevallen waar eventueel professionele hulp kan worden verkregen. Naast klachtenbehandeling houdt Artikel 1 Overijssel zich bezig met advisering, voorlichting, onderzoek en het opzetten van lokale netwerken. Het adviseren van organisaties, bedrijven en overheden om discriminatie te voorkomen en -zo nodig- te bestrijden betreft veelal het ontwikkelen van gedragscodes, anti-discriminatiebeleid, en het doornemen van bestaande regels en procedures op mogelijk discriminatoire werking en/of gevolgen. Voorlichting door Artikel 1 Overijssel richt zich zowel op gevraagde informatie door individuen en groepen (onderwijs), als op voorlichtingscampagnes naar aanleiding van specifieke gebeurtenissen en ontwikkelingen in de gemeente/regio. Artikel 1 Overijssel beschikt over eigen documentatie, alsmede over een mediatheek en bibliotheek. Veel (educatieve)- organisaties maken van dit aanbod gebruik. Lespakketten, videotapes, spelmateriaal en trainingsprogramma's zijn op aanvraag beschikbaar. Veel activiteiten van Artikel 1 Overijssel zijn een direct of indirect gevolg van de binnenkomende discriminatieklachten. Deze klachten kunnen soms aanleiding geven tot het doen van nader onderzoek, bijvoorbeeld omdat één klacht niet voldoende inzicht geeft in de situatie. Onderzoek kan ook volgen op een reeks van klachten betreffende een bepaald bedrijf of een bepaalde sector. Het nader onderzoek staat dan in het teken van het verwerven van meer inzicht en kennis over de situatie, die vervolgens kan leiden tot een gerichte aanpak en concrete aanbevelingen. Een kenmerk van het functioneren van Artikel 1 Overijssel is de zogenaamde 'lokale en regionale inbedding' van het bureau. Uitgangspunt van het functioneren van Artikel 1 Overijssel is de gedachte, dat reeds bestaande voorzieningen niet behoeven te worden gedupliceerd, maar moeten worden gekend voor zover deze van belang zijn in het voorkomen en bestrijden van discriminatie en in het functioneren van de locale en regionale multiculturele samenleving. Hierom kent Artikel 1 Overijssel een netwerk van verbanden en lijnen met derden, die op enigerlei wijze een rol (kunnen) spelen in het anti discriminatie werk. Dit geldt voor overlegsituaties met politie om de justitiële behandeling van discriminatie te optimaliseren, als ook bijvoorbeeld contacten met zelforganisaties van potentiële slachtoffers van discriminatie. Artikel 1 Overijssel is een "spin in een lokaal/regionaal web". |